Kijk omhoog

kijk omhoog

Een jongen kijkt naar de grond en zijn donkerbruine haren hangen losjes voor zijn gezicht. Zijn lichaam veert in een regelmatig ritme van voor naar achter. Om hem heen is alles wit en er is geen raam te bekennen in het hok waar hij zit opgesloten.
Waar hij aan denkt? Dat is niet moeilijk. Hij denkt aan de dag dat zijn vriendin zelfmoord pleegde.

Het is stil op de altijd zo drukke straten en ergens in de verte klinkt de sirene van een ambulance, maar het deert de jongen niet. Hij ritst zijn jas nog wat verder dicht om de ergste kou tegen te gaan. Witte wolkjes verlaten zijn mond als hij uitademt.
Een deuntje vult de stilte die er heerst en de jongen vist een mobiel uit zijn broekzak, schuift hem open en leest het berichtje dat hij zojuist heeft gekregen. Vrijwel meteen blijft hij stil staan en glijdt er een geschrokken blik over zijn gezicht. Met verwarring in zijn ogen kijkt hij op en begint hij ineens te rennen. Waarheen? Naar zijn vriendin. Wat er in het sms’je stond? “Kijk omhoog”

Flashback
Een jongen en een meisje liggen heerlijk relaxend in het gras in het stadspark. De jongen op zijn rug, kijkend naar de wolken. Het meisje op haar buik, haar voeten trappelen in de lucht.
‘Moet je kijken, vind je die wolk daar ook niet op een draak lijken?’ Hij wijst naar een wolk in de lucht die eerder iets weg heeft van een auto.
Het meisje haalt haar schouders op. ‘Ik hou niet zo van de wolken en de lucht.’ De jongen kijkt haar vreemd aan. ‘De lucht zit zo dicht bij de hemel. Dat betekent dat het einde daar is. Het einde van alles.’ Het meisje is in haar leven al veel mensen verloren aan de dood en houdt zich er liever niet meebezig.
De jongen pakt haar hand vast en streelt die. Een waterige glimlach staat op haar gezicht en hij kust haar lippen om haar te troosten.

Einde flashback

Met grote snelle passen loopt hij de straat in van zijn vriendin. Hij zag wel dat ze steeds stiller werd en hij merkte dat ze minder vaak lachte dan eerst, maar hij wist niet dat ze haar familie achterna ging.
In haar straat aangekomen, rent hij blindelings naar het huis waar ze samen met haar moeder woont.

Hij belt aan en wacht zeer ongeduldig tot er wordt opengedaan.
‘Dag Marian, zeg alsjeblieft dat Veerle boven is.’ Hoopvol kijkt hij de moeder van zijn vriendin aan. Als deze knikt rent hij meteen naar boven. ‘Veerle?!’ Hij klopt op haar deur, maar als er geen reactie komt, gaat hij gewoon naar binnen.

Daar ligt ze. Op de grond, naast haar liggen een paar lege potjes waar eigenlijk pillen in horen te zitten.
‘Nee.’ Als verdoofd loopt hij naar haar toe en knielt naast haar neer. Rustig tilt hij haar een klein beetje op. ‘Veerle, zeg iets!’
Langzaam gaan haar ogen een stukje open. ‘Het spijt me, Chris. Ik hou van je.’
‘Nee! Veerle, hou vol!’ Hij wilt zijn telefoon al pakken, maar hij ziet hoe haar ogen weer dicht vallen en hij voelt hoe haar lichaam slapjes in zijn sterke armen ligt. ‘Veerle!’ Hij legt zijn oor tegen haar borstkas aan, maar er klinkt geen gebons. Haar hart van goud, met liefde voor alles en iedereen, staat stil, om nooit meer te gaan kloppen. Hij legt haar neer op de grond en roept naar haar moeder voor een ambulance. Zelf begint hij regelmatig op haar borst te drukken en blaast hij af en toe wat lucht in haar longen.
Haar moeder komt naar boven en begint hard te gillen als ze haar dochter op de grond ziet liggen, omringd door lege potjes. ‘Bel een ambulance!’
Met een trillende stem laat ze weten dat ze al onderweg zijn. De jongen blijft doorgaan met zijn handelingen, maar het mag niet baten. Haar hart zal nooit meer kloppen en haar mooie stralende ogen zullen hem nooit meer liefdevol aankijken. Het is te laat.

Tranen stromen over de jongen zijn wangen en hij mompelt dingen die voor de mensen om hem heen onverstaanbaar zijn. Hij herhaalt de woorden van die avond; ‘Veerle, een ambulance, laat een ambulance komen. Veerle, ik hou van je, verlaat me niet. Kijk niet omhoog, dit mag geen einde zijn.’ Als in een waas is die ene avond aan hem voorbij gegaan en komt het nog steeds elke dag terug bij hem als een kwaadaardige herinnering. Steeds weer ziet hij voor zich hoe zijn lieve meisje daar op de grond in haar slaapkamer ligt en niet meer beweegt. Nooit meer zal bewegen. Ze heeft hem verlaten.
Een avontuur dat hij het liefst achter zich laat en nooit meer aan wil denken. Een avontuur dat hij nooit meer zal vergeten en dat elke dag weer terug komt voor zijn ogen. Een avontuur dat ervoor heeft gezorgd dat hij nu hier zit opgesloten in een psychiatrische instelling. Een wit dwangpak dragend zodat hij niemand iets aan kan doen. Zodat hij zijn verdriet op niemand zal kunnen afreageren.

Dit zal voor eeuwig zo doorgaan. De jongen zal altijd die beelden zien. Overdag en in zijn dromen. Totdat hij het een plekje zal kunnen geven en het zal zien als een mooi iets. Een mooi iets, omdat hij dat lieve meisje mocht kennen.

Slechte herinneringen zijn niet te vergeten, maar je kunt ze opbergen. Opbergen op een mooi plekje in je hart, zodat het een mooie herinnering wordt

Hij is niet gek. Hij lijdt aan PTSS.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s